Terwijl mijn lichaam slaapt ben ik in wakkere toestand met een enorm schip gestrand op de Noordpool. Het is warm,…
niemandsland
Ik gebruik mijn ogen, maar ‘kijk’ ik eigenlijk niet met iets anders? Ik kies een camera instelling, ik kies een moment. En dan is het gepiept. Een seconde later is alles weer voorbij. Wat er net nog was is nu weg. En wat er komt is er nog niet. Het stukje niemandsland daar tussenin, daar verdwijn ik.
Thuis bekijk ik die geïsoleerde micromomenten op mijn beeldscherm. Na een fotosessie zijn dat er honderden. Het kan zijn dat ik alles met één handbeweging delete. De computer heeft net als de camera een ontspanknop, maar dan in omgekeerde richting. Weg zijn de gevangen momenten weer. Als vlinders die het vlindernet weer uitvliegen. De terugkijk-mogelijkheid is vervlogen.
Ik neem waar. Ik leer, ik struikel, ik huiver, ik ontdek, ik krijg kippenvel. In dit niemandsland bestaat geen tijd. Geen vooruitgang.
” Maar wat was tijd eigenlijk? Ik vroeg het me af. Voor het gemak meten we het verstrijken van de tijd met de wijzers van een klok. Maar horen we dat echt zo te doen? Vergleed de tijd werkelijk zo regelmatig in één vaste richting? Koesteren we daarover geen grote misvatting?” Uit: De moord op Commendatore, Haruki Murakami

